Theologen in Debat over 'Het Bureau'
In 1999 woedde in het theologische tijdschrift 'In de Waagschaal' een
debat tussen enkele theologen over de literaire en ethische waarde van 'Het Bureau'. Zoals
het theologen betaamt werd daarbij niet geschuwd 'Het Bureau' in grotere kaders te
beschouwen. Wat is het ware mens-zijn? Daar gaat het om...
Na de visies van Dr. Dubois en Ds. De Ronde weergegeven te hebben, geef ik mijn eigen
commentaar. Mijn conclusie is dat de lezer van Het Bureau tot voyeur
gemaakt
wordt voor zover J.J. Voskuil en Maarten Koning in elkaar overlopen.
O.W. Dubois
Literatuur en werkelijkheid, Naar aanleiding van en over Voskuils romancyclus
Het Bureau
In: In de Waagschaal, 28e jaargang (1999), nr 3, p. 21-24.
Dr. Dubois zet in met de constatering dat literatuur, wil zij werkelijk kunst zijn, niet kan
volstaan met beschrijving van de werkelijkheid zonder meer. Echte literatuur verwijst naar
een andere en geestelijke werkelijkheid. Vervolgens constateert hij dat juist in onze
cultuur
een tendens bestaat om literatuur en werkelijkheid steeds dichter op elkaar te betrekken.
Zie
Conny Palmen met I.M..
In Het Bureau wordt de werkelijkheid weergegeven vanuit het perspectief van
Maarten, de hoofdpersoon. Zijn perspectief is dat van de angst en de vervreemding. In
deze
beschrijving van de existenti"ele angst stijgt 'Het Bureau' zeker uit boven de
kopieerlust van het dagelijks leven. De vraag blijft echter: is dit genoeg om deze roman
als
literatuur te defini"eren? D. stelt van echte literatuur dat deze de lezer uit tilt
boven zijn of haar eigen leven. En dat is nu precies wat aan 'Het Bureau'
ontbreekt. Ik citeer:
Voskuils werk is knap, maar het is, ook in de verbeelding van de angst, wel heel
sterk
de kleinheid van het menselijk bestaan die hier beschreven wordt, en de lezer, hoe
geboeid
hij ook mag zijn door Voskuils fascinerende weergave van de microwereld van Het
Bureau,
blijft uiteindelijk weinig veranderd en verrijkt achter".
Naast deze literaire heeft Dubois echter ook ethische bezwaren tegen Het
Bureau: een dergelijke roman waarin bestaande personen zo worden beschreven is
goed denkbaar vijftig jaren na het gebeuren zelf. Maar of het ook nu gepubliceerd had
kunnen worden? D. noemt het feit dat Voskuil ook zichzelf genadeloos portretteert een
schrale troost.
(Dr. O.W. Dubois is bekend als kenner van het Reveil)
Voor een reactie, zie:
Leen de Ronde
Voskuil en de 'innerlijke werkelijkheid'
In: In de Waagschaal, jaargang 28 (1999), nr 4, p. 13-14
In het volgende nummer verscheen een reactie op het stuk van Dubois. Hierin verweet De
Ronde Dubois een aanmatigende toon. Vanuit een vooropgezet idee over kunst
en literatuur wordt Het Bureau gewogen en te licht bevonden. Tegen de
kritiek
van Dubois stelt hij het samengaan van beschrijving van 'uiterlijke' en 'innerlijke' wereld.
Dat deze roman in eindeloze herhaling de 'kleinheid van het menselijk bestaan' beschrijft,
gaat niet ten koste van de grootsheid van 'Het Bureau'.
De Ronde besluit zijn repliek met de volgende opvallende passage. Ik citeer:
Wat mij betreft is het werk van Voskuil de rekenschap van een worsteling om
waarachtige humaniteit, terwijl de 'grote verhalen' van wetenschap, de maakbare
samenleving en het goede-in-de-mens als illusies achtergelaten moeten worden. Niet
zoveel
anders dan het evangelie ons misschien ook al vertelt....
(L. de Ronde is Ned. Herv. predikant te Eerbeek)
Eigen commentaar
De lezer vindt het bovenstaande wellicht typisch theologen-gezeur. Toch wordt de niet
onbelangrijke vraag gesteld naar het mens-zijn dat naar boven komt uit
'Het Bureau'. Het feit dat J.J. Voskuil zijn ervaringen in zeven (!) dikke
romans
op papier heeft gezet levert wat dat betreft een problematisch dilemma op.
Als J.J. Voskuil is hij gewoon een hardwerkende en goedwillende wetenschapper /
ambtenaar / kantoormens, vergelijkbaar met onze buurman of wellicht onszelf. Wat
als eerste naar boven komt is niet de tragiek van deze mens maar de alledaagsheid. Als
romanpersonage echter is Maarten Koning een tragisch mens. Dat pruttelt
maar
oeverloos door! In eindeloze variaties worden dezelfde zetten op het
schaakbord gezet. Waar is het allemaal goed voor? De herhaling is niet alleen
lachwekkend,
maar dreigt ook belachelijk te worden.
Vanuit theologisch perspectief dringt het zich op om Het Bureau vooral
te gaan lezen met de zondeleer in het achterhoofd. Maarten is enerzijds
slachtoffer van een systeem buiten hem: hij kan er ook niets aan doen dat de dingen op
'Het
Bureau' gaan zoals ze gaan. Dit systeem is voorgegeven.
De christelijke traditie kent dit gegeven onder de
noemer van 'erfzonde'. Anderzijds doet Maarten dit zichzelf aan. Hier zou men Karl
Barth's
uiteenzettingen over de traagheid (Kirchliche Dogmatik IV,2, par. 65) kunnen
opslaan. Met hoeveel ironie ook beschreven, uiteindelijk is Maarten Koning een
beklagenswaardige figuur. De vraag moet gesteld worden of Ds
De Ronde niet een te fraaie interpretatie van Maarten Koning geeft wanneer hij spreekt
van
een 'worsteling om waarachtige humaniteit'. Zijn dit niet veel te grote woorden? Aan de
andere kant:
het is een sympathieke interpretatie: ook de alledaagsheid mag er zijn. Maar toch: komt
uit het Evangelie
niet de oproep om die alledaagsheid te overstijgen?
Mijns inziens levert het feit dat Drs. J.J. Voskuil en Maarten Koning zo in elkaar
overlopen
een probleem op. Want een romanfiguur mag geoordeeld worden. Ik als lezer mag me
met hem vergelijken. Ik mag me met hem identificeren. Of juist niet. Maar ik hoef me
niet een
voyeur te voelen: het gaat immers slechts om een roman-personage. In 'Het Bureau' levert
dat
echter een probleem op: kan ik 'Maarten' nog wel als roman-personage zien als hij zozeer
gemodelleerd
wordt naar de schrijver zelf?
Ik vrees dat J.J. Voskuil al met al zijn volledige lezersschare in de rol van
voyeur heeft
gemanouvreerd.
Ik ben benieuwd hoe er over 50 jaar tegen Het Bureau wordt
aangekeken.
april 1999, Erik van Halsema.
Een staartje bij het bovenstaande
stuk.....................................:
In januari 2000 publiceerde ik een column, getiteld
Troost waarin ik enigszins afstand nam van de hierboven ingenomen mening.
Enkele delen van 'Het Bureau' later ben ik opgeschoven in de richting van de visie van
De Ronde, en verdedig ik dat de roman ook als een Boek van Troost gelezen
kan worden, ja, daar wellicht zijn populariteit aan ontleent.
One page up
Deze pagina wordt onderhouden door Erik van Halsema (jdfvh@dds.nl)
Last change of this page: march, 05, 2000
All rights reserved. Copyright © JDF van
Halsema